Medicijnen berekenen I Gratis Oefenen, Uitleg, en Tips
17 januari 2020 
7 min. leestijd

Medicijnen berekenen I Gratis Oefenen, Uitleg, en Tips

Als verpleegkundige heb je met veel verschillende patiënten op een dag te maken. Deze
patiënten behoeven allemaal andere medicijnen, waardoor je de juiste doseringen toe moet
dienen. Wanneer je niet de juiste dosering toedient, kan dit ernstige gevolgen hebben voor
de gezondheid en het functioneren van de zorgbehoevende. Om tot de goede dosering te
komen kun je medicijnen berekenen. Dit is daarom een vast onderdeel van medisch rekenen
en moet met een voldoende afgesloten worden om jouw diploma te kunnen krijgen aan het
einde van jouw opleiding. Onderstaande informatie toont jou hoe je de verschillende
berekeningen moet maken en welke varianten er zijn.

Inhoudsopgave

Wat is medicijnen berekenen?
Hoe moet je per variant medicijnen berekenen?
Tabletten berekenen
Drankjes berekenen
Injecties, intraveneus en inhalatiemedicatie

 

Wil je meer oefeningen met uitleg + formules?

Doe dan de Medisch reken training. Met de Medisch reken training kun je tegen een vergoeding levenslang veel gebruikte onderdelen van de rekentoets oefenen. Op die manier zorg je er voor dat je beter presteert op de rekentoets. Klik hier of beneden op de button om verder te gaan.

 


Wat is medicijnen berekenen?

Iedere patiënt krijgt een bepaalde hoeveelheid medicijnen. Hierdoor kunnen deAfbeeldingsresultaat voor Medicijnen berekenen
zorgbehoevenden weer functioneren of voelen minder pijn gedurende de dag. Als
verpleegkundige heb jij de taak om de juiste hoeveelheid medicijnen toe te dienen. Voordat
je echter deze medicijnen toedient, moet je de hoeveelheid medicijnen berekenen en op
basis hiervan de verschillende varianten kunnen geven.

Medicijnen berekenen houdt ook in dat je moet weten welke verschillende varianten er zijn
en in welke vorm deze toegediend moeten worden. Zo zijn er tabletten, drankjes, injecties,
inhalatiesystemen en intaveneus. Deze medicijnen moeten op een andere manier berekend
worden. Zo moet je bij tabletten kijken hoeveel van de werkzame stof er toegediend moet
gaan worden. Dit is vaak op het etiket en in de bijsluiter te lezen. Bij drankjes kijk je naar het
aantal milligram per milliliter, waardoor je met verschillende eenheden gaat meten.

Verschillende medicatie met verschillende eenheden

Bij injecties draait het voornamelijk om het vullen van de spuit. Je moet hierbij goed afmeten
tot hoeveel streepjes je de spuit moet vullen vanuit een ampul. Je moet hierbij wel het
verschil tussen de formaten van de spuit kennen. Bij grote spuiten staat ieder streepje voor
5 milliliter en bij de kleine voor 0,1 milliliter. Wanneer je dit weet, kom je al een stuk verder
tijdens het medicijnen berekenen. Daarnaast kan het zo zijn dat er niet met grammen en
milliliters gewerkt wordt, maar dat de hoeveelheid aangegeven wordt met procenten ofAfbeeldingsresultaat voor Verschillende medicatie met verschillende eenheden
Internationale Eenheden (IE).

Inhalatiemedicatie komt in drie verschillende apparaten. Zo heb je verstuivers,
poederinhalatoren en vernevelapparaten. Op de bijsluiter van een inhalator staat hoeveel
inhalaties er mogelijk zijn met een bepaald apparaat, bij een vernevelapparaat zet je een
medicijnoplossing om in nevel. Dit moet in sommige gevallen van tevoren klaargemaakt
worden. Hier komt het medicijnen berekenen van pas. Je moet namelijk weten hoeveel er in
totaal vrijkomt, maar ook hoeveel er aangevuld moet worden om tot een bepaalde dosering
te komen.

Intraveneus is in principe hetzelfde als injecteren. Je moet hierbij kijken hoeveel milliliter je
moet gaan injecteren om tot de gewenste dosering te komen. Je rekent hierbij altijd van de
aanwezige milligram per milliliter naar de gevraagde hoeveelheid milligram. Je gaat dus net
als bij het klaarmaken van injecties berekenen hoeveel er nodig is om aan intraveneus toe te
voegen aan de dagelijkse hoeveelheid medicijnen om de situatie stabiel te krijgen.

Hoe moet je per variant medicijnen berekenen?

Medicijnen berekenen kun je alleen doen wanneer je de verschillende varianten kent. Aan
de hand hiervan kun je bepalen hoeveel je toe moet dienen om het gewenste effect te
hebben. Onderstaande informatie neemt jou daarom mee door de verschillende varianten
aan de hand van voorbeelden en de uitwerkingen hiervan.

Tabletten berekenen

Als eerste tabletten. Voordat je tabletten toe kunt dienen moet je het etiket en de bijsluiter
doornemen. Op het etiket staat aangegeven welke hoeveelheid werkzame stof er in een
tablet zit. Dit staat ook nog eens in de bijsluiter aangegeven, waardoor je het goed met
elkaar kunt vergelijken. Hier staat ook aangegeven hoe je tabletten kunt delen. Sommige
moeten in een keer ingenomen worden, andere kun je in twee helften of vier gelijkeAfbeeldingsresultaat voor Tabletten gif
kwarten verdelen. Ook dit is goed om te weten wanneer je een berekening moet gaan
maken.

Een rekenvoorbeeld voor medicijnen berekenen: Een arts schrijft driemaal daags 25
milligram Tramadol voor. Deze tabletten worden geleverd in deelbare varianten van 50
milligram. Op vrijdagochtend voor de eerste inname zie je dat er nog zes tabletten in het
doosje zitten. Is deze voorraad genoeg om het weekend door te komen, tot en met de
inname van maandagochtend? Hierbij begin je met de basisinname van de patiënt. Je hebt
drie halve tabletten per dag nodig. Door te rekenen van vrijdagochtend tot en met
maandagochtend zie je dat je 10 halve tabletten nodig hebt. Dit zijn vijf hele tabletten. Er
zijn er dus nog genoeg.

Drankjes berekenen

Bij drankjes gaat medicijnen berekenen op een net wat andere manier. Het volgende
voorbeeld laat zien hoe je deze vragen moet beantwoorden. Mevrouw Jansen is opgenomen
in verband met hartritmestoornissen die geconstateerd zijn. In het ziekenhuis krijgt ze een
oplaaddosis digoxine van 0,75 milligram en daarna 0,125 milligram per dag. Je bent in het
bezit van een drank van 0,05 mg/mL. Hoeveel milliliter geef je haar als oplaaddosis en
hoeveel vervolgens per dag?

Voor de eerste vraag reken je eerst uit hoeveel je per 10 mL geeft. Dit is 0,5. Door dit te
delen door 2 maak je het voor jezelf duidelijk hoeveel het per 5 mL is. Hier komt 0,25 uit. Je
voegt daarna de 10 en de 5 milliliter bij elkaar, waaruit 75mg per 15 mL uitkomt. Bij de
tweede vraag kijk je naar de gegeven informatie. Je hebt 0,125 mg nodig. Ook weet je dat 1
mL bestaat uit 0,05 mg van het medicijn. Bereken hoe vaak 0,125 in 0,5 past en je hebt het
antwoord: 2,5. Je moet dus 2,5 milliliter per dag toedienen om tot de gewenste hoeveelheid
te komen.

Injecties, intraveneus en inhalatiemedicatie

Bij injecteren moet je verschillende stappen volgen bij medicijnen berekenen. Je moet wetenAfbeeldingsresultaat voor Injecties, intraveneus en inhalatiemedicatie
hoeveel medicijn er per milliliter in de flacon zit en berekenen hoeveel je nodig hebt. Daarna
kun je berekenen hoeveel milliliter er in de spuit moet om deze dosis toe te kunnen dienen.
Wanneer je deze stappen volgt, kun je altijd tot het juiste antwoord komen. Zo ook bij
intraveneus, welke als extra medicatie worden toegediend via een injectie, en
inhalatiemedicatie. Bekijk hierbij altijd goed hoe de vraag gesteld is. Je moet immers zowel
op het aantal milligram als het aantal milliliters letten.

 

 

Over de schrijver
Reactie plaatsen

GRATIS Medisch Reken Oefeningen

arrow_drop_up arrow_drop_down